Wintergroene bomen aanplanten in de winter
Wintergroene bomen zijn van grote waarde in tuinen, parken en het openbaar groen. Ze zorgen het hele jaar door voor structuur, kleur en beschutting, juist in de wintermaanden wanneer bladverliezende bomen kaal zijn. Het aanplanten en verplanten van wintergroene bomen vraagt echter extra aandacht. In tegenstelling tot bladverliezende soorten behouden zij hun blad of naalden en kennen zij geen volledige winterrust. Hierdoor zijn zij gevoeliger voor weersinvloeden zoals wind, zon en vorst. In natte gronden kan lichte vorst soms zelfs helpen bij de uitvoering, doordat de bodem beter begaanbaar is. Houd in dat geval het plantgat vorstvrij door het tijdelijk af te dekken. Met de juiste planning, zorgvuldige uitvoering en goede nazorg zijn wintergroene bomen een duurzame én waardevolle aanvulling op elke groene ruimte.

Boomsoorten als Quercus ilex (steeneik), Q. suber (kurkeik), Prunus lusitanica (Portugese laurier) en Ilex aquifolium (hulst) blijven ook in de winter actief, omdat ze in de winter hun blad houden en dus vocht verdampen. Ook coniferen zijn gevoelig voor winterse stress, ondanks hun robuuste uitstraling. Soorten als Cedrus deodara, Sequoiadendron en Chamaecyparis kunnen bij een combinatie van wind, zon en vorst verdrogen.

Veelgemaakte fouten bij aanplant in de winter
Aanplanten tijdens strenge vorst moet worden vermeden. Niet alleen is de grond dan moeilijk bewerkbaar, ook kluiten en wortels zijn bevroren, wat de wortelontwikkeling ernstig belemmert. Tijdens opslag in de winter is bescherming van de kluit essentieel. Afdekken met jute, stro of blad voorkomt uitdroging en vorstschade. Bij aanplant in sneeuwrijke omstandigheden is het belangrijk het plantgat sneeuwvrij te maken. Na het planten kan sneeuw juist als isolerende laag worden gebruikt om verdere afkoeling van de bodem te voorkomen.
- Een gebrek aan nazorg is een van de belangrijkste oorzaken van uitval. De eerste drie tot vijf jaar na aanplant zijn water geven, controle van verankering en eventueel begeleidend snoeien cruciaal.
- Te diep planten is een veelvoorkomende fout. De meeste fijne wortels bevinden zich in de bovenste laag van de kluit. Wanneer de kluit te diep ligt, ontstaat zuurstofgebrek in de wortelzone. De bovenkant van de kluit moet na aanplant gelijk aan of iets boven het maaiveld liggen, zeker bij losse grond die nog kan inklinken.
- Ook aanplanten in natte of met water gevulde plantgaten is af te raden. Zuurstofgebrek leidt tot afsterven van wortels en een slechte hergroei.
Koudestress en verdroging
Omdat wintergroene bomen hun blad behouden, blijven zij ook in de winter vocht verdampen. Wind en zon versterken deze verdamping. Tegelijkertijd is de boom bij lage temperaturen nauwelijks in staat water op te nemen. Dit leidt tot zogenaamde koudestress: de boom verdroogt terwijl de bodem vochtig lijkt.

Het juiste rooimoment
Voor wintergroene eiken zoals Quercus ilex en Q. myrsinifolia is het juiste rooimoment cruciaal. Dit ligt aan het einde van de winter, net vóór het begin van de nieuwe groei. Zodra het jonge schot zichtbaar wordt, is de boom actief en neemt het risico op mislukken van aanslaan sterk toe. Ook hier geldt: zo snel mogelijk aanplanten na rooien en verdamping beperken waar mogelijk.
Windbelasting en verankering
Wintergroene bomen vangen in de winter meer wind, zeker wanneer blad of naalden nat zijn door regen of sneeuw. Dit vergroot de belasting op stam en wortelkluit. Bij laanbomen is deze belasting geconcentreerd op één stam, terwijl meerstammige bomen de krachten beter verdelen. Goede verankering in de eerste jaren is daarom essentieel om stabiliteit te waarborgen.
Naakte wortel en bescherming
Bij planten met naakte wortel is het aanplanten tijdens een vorstperiode af te raden, het risico op uitdroging is te groot. Fijne haarwortels sterven snel af wanneer zij aan droge lucht worden blootgesteld. Bescherming tegen uitdroging en vorst is daarom noodzakelijk. Direct water geven na aanplant zorgt voor goed contact tussen wortels en grond en voorkomt luchtkamers, dit zal niet gaan tijdens vorst.
Mulch als bescherming
Een mulchlaag van organisch materiaal biedt in de winter veel voordelen. Mulch werkt isolerend, remt verdamping, beschermt tegen vorst en verbetert het bodemleven. Daarnaast onderdrukt het onkruid in het voorjaar. Breng mulch altijd in een dunne, luchtige laag aan om zuurstofgebrek in de bodem te voorkomen.

Samengevat zorgen wintergroene bomen het hele jaar door voor kleur, structuur en beschutting, maar vragen bij aanplant extra aandacht. Omdat zij hun blad behouden, blijven ze ook in de winter verdampen en zijn ze gevoelig voor wind, zon en vorst. Het juiste rooimoment ligt aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar, gevolgd door snelle aanplant om uitdroging te voorkomen. Veelgemaakte fouten zijn aanplanten bij strenge vorst, te diep planten, natte plantgaten en onvoldoende nazorg. Koudestress kan optreden wanneer verdamping doorgaat terwijl wateropname beperkt is. Goede verankering, bescherming van de kluit en voldoende water zijn essentieel. Ook coniferen en planten met naakte wortel vereisen extra zorg. Het toepassen van mulch helpt tegen verdroging, vorst en onkruid. Met zorgvuldige planning en nazorg kunnen wintergroene bomen succesvol aanslaan en langdurig waarde toevoegen aan de groene ruimte.